Nieuwe methode voor betere beleidsvorming woningcorporaties

De legitimiteit en maatschappelijke betekenis van woningcorporaties staat ter discussie. Met het oog op meer transparantie en inzicht in de prestaties van woningcorporaties, ontwikkelde Peter van Os een zogenaamde allocatiemethode die de strategische beleidsvorming van corporaties kan verbeteren. Het doel van de methode is om de maatschappelijke effectiviteit van de woningcorporaties zichtbaar te maken en te vergroten.

 

 

Het zijn niet alleen de vele incidenten, zoals de derivatenkwestie bij Vestia, die de discussie over de legitimiteit van woningcorporaties aanwakkeren. Ook het onttrekken van vermogen aan de sector, in de vorm van de zogenoemde verhuurdersheffing, heeft meer dan voorheen de vraag opgeworpen wat de maatschappelijke betekenis is van hun investeringen en overige activiteiten. De middelen worden schaars, maar is dat maatschappelijk gezien schadelijk? Omdat het bestaan en functioneren van woningcorporaties al meer dan honderd jaar vanzelfsprekend is en woningcorporaties slechts in zeer beperkte mate afhankelijk zijn van overheidssubsidies, waren er nooit sterke prikkels om de maatschappelijke betekenis van woningcorporaties aan een kritische analyse te onderwerpen.

 

Het proefschrift ‘Verdeel en beheers’ van Van Os levert woningcorporaties bouwstenen voor een allocatiemethodiek om de schaarse middelen optimaal te verdelen. De methodiek is ontwikkeld op basis van actuele kennis van de bedrijfskosten èn de maatschappelijke opbrengst van de diverse corporatieactiviteiten. De methodiek ondersteunt de woningcorporatie en haar stakeholders bij beleidsvorming én bij beleidsverantwoording. De methodiek levert daarmee ook een bijdrage aan ‘good governance’ en de legitimering van de sector.

 

Peter van Os (1956, Rotterdam) is sinds 2003 als partner bij RIGO Research en Advies betrokken bij het beleidsproces van een groot aantal woningcorporaties. In de jaren daarvoor was hij werkzaam bij Mitros, een woningcorporatie gevestigd in Utrecht. Opleiding: Civiele Techniek, TU Delft.